jan-den-breejenDoor Jan den Breejen

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de vijf pijlers van de High Performance Organisatie (HPO) zijn: kwaliteit van het management, openheid en actiegerichtheid, langetermijn-gerichtheid, continue verbetering en kwaliteit van de medewerkers. De werknemers zijn High Performance Individuals (HPI’s): ze laten zich leiden door principes van klantgerichtheid, kwaliteitsdenken en voortdurende verbetering, waardoor ze anderen inspireren om samen uitstekende prestaties te behalen. Een HPI wil verantwoordelijk zijn voor zijn eigen resultaat en geïnspireerd worden tot uitzonderlijke resultaten.

High Performance Organisatie

High Performance Organisatie

Uit de comfort zone: maak het werk uitdagend!

Werknemers hebben vaak een smalle taakbreedte door de huidige organisatie van bedrijfsprocessen (Taylor). Zo’n arbeidsverdeling lijkt de organisatie effectief en efficiënt te maken en geeft de manager het gevoel dat hij alles onder controle heeft. Maar is dat ook zo? Het leidt tot “geleerde afhankelijkheid” en het leidt tot risicovermijdend, star gedrag. Dat zorgt voor verspilling van het creatieve en innovatieve potentieel van de werknemers. Onderzoek (Quelette & Wood, 1998) toont aan dat als er geen uitdaging is op de werkvloer, “nieuw gedrag” al snel weer wordt overgenomen door “oud gedrag” zoals die aangeleerde afhankelijkheid.

Charles Darwin beschreef al dat de mens uitdaging nodig heeft om sterk en vitaal te blijven (The Descent of Man). Haal werknemers dus eens uit die comfortzone en laat ze ‘proeven’ van de spanning die organisatieverandering kan brengen. Hierdoor worden ze gestimuleerd om zelf na te denken over verbeteringen en ondernemerschap te tonen. Bedrijven doen er verstandig aan om de Japanse filosofie van continue verbetering (Kaizen, Lean) met actuele onderwijskundige inzichten en vaktheorie te combineren. Werkend leren en lerend werken.

High Performance Individual – van meeloper naar koploper

Tijdens een werkleertraject wordt de comfortzone van medewerkers vergroot. Medewerkers transformeren zo tot HPI’s. Deze visie gaat ervan uit dat gedrag dé bepalende factor is om tot een HPO te komen. Zo’n intensief leer- én veranderproces creëert ruimte en energie in de organisatie. Werknemers worden enthousiast, betrokken en creatief. In deze tijd van hyperconcurrentie hebben we werknemers nodig die in staat zijn om op een positieve manier de hoge dynamiek en de onvoorspelbaarheid te hanteren. Dat vraagt om kennis, teamwork en creativiteit maar ook een nieuwe manier van leren: door te experimenteren en te doen. Dit profiel wordt vaak toegeschreven aan de “Einsteingeneratie” (geboren na 1985), maar ook eerdere generaties kunnen HPI’s worden.

De vier kwaliteiten van High Performance Individuals

Een recent meta-onderzoek naar menselijk gedrag door Harvard hoogleraren Lawrence en Nohria (Driven, 2001) maakt aannemelijk dat de mens vier drijfveren heeft die hij moet ontwikkelen om te overleven. Deze theorie gaat terug naar Darwin (The Descent of Man) vandaar de benaming Renewed Darwinian Theory of Human Behavior.

De vier drijfveren die uit het meta-onderzoek naar voren kwamen zijn:

  1. The drive to acquire
  2. The drive for security
  3. The drive to learn
  4. The drive to belong

Darwin beschrijft deze competenties al als kritieke overlevingsfactoren. Ze zijn ook te herkennen in het Model van de Concurrerende Waarden waarop de OCAI cultuurmeting is gebaseerd. Op basis van deze drijfveren ontwikkelt de mens vier metacompetenties:

  1. Zakelijk & Doelgerichte competenties (willen winnen, Marktcultuur)
  2. Planning & Proceduregerichte competenties (zekerheid willen, Hiërarchiecultuur)
  3. Zelfsturende & Creatieve competenties (improviserend nieuwe zaken ontdekken, Adhocratiecultuur)
  4. Mens & Motivatie competenties (je willen inleven in anderen, ’samen’ werken/leven, Familiecultuur)

Een of twee van de vier overlevingscompetenties zijn ‘van nature’ aanwezig: de persoonlijke comfortzone of kerncompetenties. De andere kerncompetenties zijn matig of slecht ontwikkeld (de uitdaging of zelfs allergie). High Performance Individuals zijn ‘vierpitters’: ze zijn in staat om situationeel te schakelen tussen de vier competenties en kunnen ook stijlen die minder ‘aanwezig’ zijn, in hun gedrag laten zien.

De basisgedachte dat performance op individueel niveau mogelijk wordt door het ontwikkelen van de vier metacompetenties geldt ook voor organisatie-ontwikkeling.

We zien hier weer vier dimensies in het Model van de Concurrerende Waarden (Quinn & Cameron). Met de OCAI cultuurmeting wordt de ontwikkeling van de organisatiecultuur in beeld gebracht en de mate van balans. Ook uit onderzoek van Quinn en Cameron blijkt dat balans tussen de vier perspectieven High Performance Organisaties kenmerkt.

Perspectieven volgens Darwin’s Drijfveren Concurrerende Waarden Model
Zakelijk & Doelgericht Marktcultuur
Zelfsturing & Creativiteit Adhocratiecultuur
Mens & Gedrag/Motivatie Familiecultuur
Procedure & Planning Hiërarchiecultuur

Als reactie op de Tayloriaanse verdeling van arbeid en het 19e eeuwse industriële management, zie je bij steeds meer cultuurmetingen dat de gewenste cultuur van de hedendaagse hoogopgeleide werknemers richting Mens & Motivatie en Zelfsturing & Creativiteit verschuift. Bijna zonder uitzondering stemmen medewerkers voor meer Familie- en Adhocratiecultuur. Werknemers hebben bepaalde vrijheidsgraden nodig om adequaat te kunnen reageren op de onvoorspelbare, snel veranderende business. Als professionals kunnen ze dat ook vaak aan, zeker als ze alle vier de competenties hebben ontwikkeld.

Het interessante is dat als de OCAI Cultuurmeting gevolgd wordt door een veranderproces op basis van workshops (de OCAI methode) waarbij werknemers intensief betrokken worden, ze de geleerde afhankelijkheid kunnen afschudden, eigenaarschap kunnen nemen voor veranderplannen die ze zelf mede-ontwikkelen en uitvoeren en dat het innovatief potentieel van de organisatie wordt aangesproken. Op naar de High Performance Organisatie!

high_performance_organisatieBronnen

Breejen, J.D. den, De High Performance Organisatie: een integrale aanpak. Management van leren en veranderen (Kluwer, Alphen aan den Rijn 2009)

Darwin, C. The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex. (London, John Murray, 1871)

Lawrence, P. en N. Nohria, Driven. How Human Nature Shapes Our Choices (London, John Wiley & Sons 2002)

Quelette, J.A. en W. Wood, Habit and Intention in Everyday Life. The Multiple Processes by Which Past Behavior Future Behavior in: Psychological Bulletin vol. 24, nr. 1, p. 54-74.

Quinn, R.E. en K.S. Cameron, Diagnosing and Changing Organizational Culture: Based on the Competing Values Framework (San Francisco, Jossey Bass, 2011)

Waal, A.A. de, Maak van je bedrijf een toporganisatie! De vijf peilers voor het creeren van een high performance organisatie (Van Duren Media, Culemborg, 2008)

Jan den Breejen is programmamanager bij het ISBW (Schouten & Nelissen Global) en auteur van het boek ‘De High Performance Organisatie: een integrale aanpak. Management van leren en veranderen’ (Kluwer, 2009)

producentNa de online cultuurmeting vragen sommigen zich af: hoe pas ik in de huidige en gewenste organisatiecultuur? Wat kan ik anders doen, wat ga ik stimuleren en wat juist minder doen voor de gewenste cultuurverandering? We richten deze keer de aandacht op managementrollen bij Marktcultuur.

De managementrollen van Quinn (zie ook het Handboek Managementvaardigheden, ofwel: Becoming a Master Manager) komen overeen met het Concurrerende Waarden Model waarop de 4 OCAI-cultuurtypen zijn gebaseerd. Vorige keer bespraken we: de Mentor en de Stimulator bij Familiecultuur, de Innovator en de Bemiddelaar bij Adhocratiecultuur, de Bestuurder en de Producent bij Marktcultuur en ditmaal: de Coödinator en de Controleur.

Leidinggeven: een kritische succesfactor

Leidinggevenden spelen een belangrijke rol in bedrijfscultuur. Niet voor niets is de stijl van leidinggeven een deelfactor die bij de OCAI meting expliciet gemeten wordt. Met hun stijl beïnvloeden leidinggevenden de cultuur.

Quinn onderscheidt 8 doeltreffende managementrollen; twee per cultuurtype. In het Handboek Managementvaardigheden** worden deze uitgebreid beschreven en staan oefeningen om je vaardigheden uit te breiden.

De passende managementrol bij Hiërarchiecultuur

Is het nodig om meer hiërarchiecultuur te ontwikkelen? Vaak willen respondenten juist minder strak-geregisseerde hiërarchiecultuur, maar toch kan dit cultuurtype nodig zijn om de organisatie stabiel en goed/duidelijk geregeld te houden. Kijk dus eens naar de stijl van leidinggeven. Mogelijk zit achter de wens tot minder hiërarchiecultuur de behoefte om flexibel, wendbaar en soepeler, sneller ook, te kunnen reageren op externe veranderingen. Hoewel dat inderdaad belangrijk is, is een stukje hiërarchiecultuur onmisbaar voor stabiliteit, kwaliteit en efficiënte levering van goederen of diensten. Zeker zelfstandige, hoogopgeleide professionals kunnen dit ervaren als een noodzakelijk kwaad, misschien. Ook lijkt deze stijl het meeste op het ouderwetse industriële management (controle, micro-management, registratie, wantrouwen, tijdklok, meten is weten?) waartegen bijvoorbeeld ‘nieuwe werkers’ zich afzetten. Het is niet hip en soms wel handig.

Managementrollen die hiërarchiecultuur ondersteunen en versterken zijn:

De Controleur is technisch deskundig en goed geïnformeerd. Hij volgt alle details en draagt deskundigheid bij. Zijn invloed is gebaseerd op controle over informatie. Hij streeft actief naar documentatie- en informatiemanagement.

Controleursrol

  • Controleren van het eigen functioneren
  • Controleren van het collectief functioneren
  • Controleren van het functioneren van de organisatie

De Coördinator is betrouwbaar en een steunpilaar. Hij houdt de structuur en de voortgang van werkzaamheden in de gaten. Zijn invloed berust op het geven van concrete aanwijzingen, het opstellen van plannen, verdelen van taken, inrichting van de fysieke omgeving enz. Hij streeft actief naar stabiliteit en beheersbaarheid.

Coördinatorrol:

  • Projectmanagement
  • Taken ontwerpen
  • Crossfunctioneel management (diverse vakgebieden bijeen brengen)

In het boek Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur* onderscheiden Cameron & Quinn daarbij de volgende drie hiërarchievaardigheden:

  1. Managen van acculturatie: mensen duidelijk maken wat van hen wordt verwacht, wat de organisatiecultuur is, welke normen gelden en hoe zij het best in hun werk passen.
  2. Managen van controlesysteem: voor procedures, meet- en regelsystemen zorgen om de processen en prestaties te beheersen en controleren.
  3. Coördinatiemanagement: bevorderen van de coördinatie, zowel binnen de organisatie als tussen externen, ook informatie-uitwisseling tussen verschillende vakgebieden stimuleren.

Assessment: hoe scoor ik op de managementrollen?

Het management assessment is te vinden in: Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur, van Cameron & Quinn. Ga deze vooral doen. Bij een nieuwe organisatiecultuur kan het belangrijk zijn om op sommige rollen meer nadruk te leggen. Bekijk ook de uitkomsten van de OCAI meting.

Literatuur

* Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur
Kim Cameron & Robert Quinn
ISBN 90-5261-291-9 Academic Service

** Handboek Managementvaardigheden
Robert Quinn e.a.
ISBN 90-395-2013-5 Academic Service

producentNa de cultuurmeting vragen mensen zich af: hoe pas ik in de huidige en gewenste cultuur? Wat moet ik anders doen, wat moet ik stimuleren en wat juist minderen voor de gewenste cultuurverandering? Dit keer aandacht voor managementrollen bij Marktcultuur.

De managementrollen van Robert Quinn (zie het Handboek Managementvaardigheden, ofwel: Becoming a Master Manager) corresponderen met het Concurrerende Waarden Model waarop de vier OCAI-cultuurtypen zijn gebaseerd. Vorige keer bespraken we: de Mentor en de Stimulator bij Familiecultuur, de Innovator en de Bemiddelaar bij Adhocratiecultuur en ditmaal: de Bestuurder en de Producent.

Leidinggeven: een kritische succesfactor

Leidinggevenden spelen een cruciale rol in organisatiecultuur. Niet voor niets is de stijl van leidinggeven een factor die bij de OCAI cultuurmeting expliciet gemeten wordt. Met hun stijl beïnvloeden leidinggevenden de cultuur.

Robert Quinn onderscheidt acht effectieve managementrollen; twee per cultuurtype. In het Handboek Managementvaardigheden** worden deze uitvoerig beschreven en staan oefeningen om je vaardigheden te vergroten.

De passende managementrol bij Marktcultuur

Is het nodig om meer marktcultuur te ontwikkelen? Vaak willen respondenten juist minder resultaatgerichte marktcultuur, maar toch kan dit cultuurtype juist nodig zijn om de organisatie levensvatbaar te houden. Kijk dus eens naar de stijl van leidinggeven. Bij veel cultuurmetingen willen mensen juist minder marktcultuur (bron: database van OCAI Online). Mogelijk zit daarachter de wens om minder te hoeven stressen op het werk en willen ze best resultaten halen, als ze maar ook wat aandacht krijgen. Marktcultuur is soms eenzijdig en keihard op targets doorgevoerd, maar let op: bij de vaardigheden noemen Cameron & Quinn het woord: bezielen…!

Managementrollen die marktcultuur ondersteunen en versterken zijn:

De Bestuurder is competitief en besluitvaardig. Deze persoon streeft actief doelen en doelstellingen na. Hij gedijt bij concurrentiesituaties. Hij houdt van winnen en richt zich op externe concurrenten en de positie in de markt.

Bestuurdersrol

  • Een visie hebben, plannen en doelen stellen
  • Ontwerpen en organiseren
  • Effectief delegeren

De Producent is taakgericht en concentreert zich op zijn werk. Hij krijgt dingen voor elkaar door hard te werken. Zijn invloed berust op de kracht en redelijkheid van argumenten om zaken af te krijgen. Hij streeft actief naar productiviteit.

Producentrol:

  • Productief werken
  • Een productieve werkomgeving bevorderen
  • Tijd- en stressmanagement

In het boek Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur* onderscheiden Cameron & Quinn daarbij de volgende drie marktvaardigheden:

  1. Managen van concurrentievermogen: stimuleren van concurrentiekracht en actief streven om de prestaties van de concurrentie te overtreffen.
  2. Bezielen van personeel: medewerkers motiveren tot proactief denken en doen, tot keihard werken en extra inspanning.
  3. Managen van klantgerichtheid: stimuleren van de instelling waarbij de klant voorop staat, de klant bij belangrijke zaken wordt betrokken en zijn verwachtingen worden overtroffen.

Test: hoe scoor ik op de managementrollen?

Het management assessment is te vinden in het boek: Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur, van Cameron & Quinn. Maak deze vooral. Bij een verandering van organisatiecultuur kan het belangrijk zijn om bepaalde rollen meer nadruk te geven. Bekijk ook de scores van de OCAI meting.

Literatuur

* Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur
Kim Cameron & Robert Quinn
ISBN 90-5261-291-9 Academic Service

** Handboek Managementvaardigheden
Robert Quinn e.a.
ISBN 90-395-2013-5 Academic Service

ruben de graafRuben de Graaf deed onderzoek in een ziekenhuis in het kader van zijn afstudeerscriptie Change Management voor zijn studie Bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn opdracht: vaststellen wat de organisatiecultuur is en hoe dit de geplande structurele verandering zou kunnen beïnvloeden. “De uitdaging: het beste van de tegengestelde Familie- en Marktcultuur combineren.”
Lees verder…

innovatorNa de cultuurmeting vragen mensen zich af: hoe pas ik in de huidige en gewenste cultuur? Wat moet ik anders doen, wat moet ik stimuleren en wat juist minderen voor de gewenste cultuurverandering? Dit keer aandacht voor managementrollen bij Adhocratiecultuur.

De managementrollen van Robert Quinn (zie het Handboek Managementvaardigheden, ofwel: Becoming a Master Manager) corresponderen met het Concurrerende Waarden Model waarop de vier OCAI-cultuurtypen zijn gebaseerd. Vorige keer bespraken we: de Mentor en de Stimulator bij Familiecultuur, ditmaal aandacht voor: de Innovator en de Bemiddelaar.

Leidinggeven: een kritische succesfactor

Leidinggevenden spelen een cruciale rol in organisatiecultuur. Niet voor niets is de stijl van leidinggeven een factor die bij de OCAI cultuurmeting expliciet gemeten wordt. Met hun stijl beïnvloeden leidinggevenden de cultuur.

Robert Quinn onderscheidt acht effectieve managementrollen; twee per cultuurtype. In het Handboek Managementvaardigheden** worden deze uitvoerig beschreven en staan oefeningen om je vaardigheden te vergroten.

De passende managementrol bij Adhocratiecultuur

Is het nodig om meer adhocratiecultuur te ontwikkelen? Kijk dan eens naar de stijl van leidinggeven. Bij veel cultuurmetingen blijkt dat mensen liever meer adhocratiecultuur zien (bron: database van OCAI Online). Mogelijk zit daarachter de wens om meer te mogen en kunnen vernieuwen en de wens om het werk op je eigen professionele manier te doen, binnen ruime randvoorwaarden.

Managementrollen die adhocratiecultuur ondersteunen en versterken zijn:

De Innovator is intelligent en creatief. Hij is gericht op verandering. Zijn invloed berust op anticiperen op een betere toekomst en de hoop die hij bij anderen wekt. Hij streeft actief naar innovatie.

Innovatorrol:

  • Leven met verandering
  • Creatief denken
  • Management van veranderingen

De Bemiddelaar denkt toekomstgericht. Hij is gericht op de toekomst waarheen de organisatie op weg is en let op mogelijkheden en waarschijnlijkheden. Hij is gericht op een strategische koers en voortdurende verbetering van de activiteiten.

Bemiddelaarsrol:

  • Een machstbasis opbouwen en handhaven
  • Onderhandelen over inzet en overeenstemming
  • Ideeën presenteren

In het boek Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur* onderscheiden Cameron & Quinn daarbij de volgende drie adhocratievaardigheden:

  1. Innovatiemanagement: mensen aanzetten tot vernieuwing, tot het zoeken naar meer alternatieven, tot meer creativiteit en het makkelijk maken met nieuwe ideeën te komen.
  2. Toekomstmanagement: een duidelijke toekomstvisie schetsen en het realiseren daarvan bevorderen.
  3. Managen van voortdurende verbetering: ervoor zorgen dat men zich concentreert op continue verbetering, en stimuleren van flexibiliteit en productieve verandering door mensen.

Test: hoe scoor ik op de managementrollen?

De managementtest is te vinden in het boek: Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur, van Cameron & Quinn. Doe deze zelftest vooral. Bij een cultuurverandering kan het van belang zijn om bepaalde rollen extra nadruk te geven. Kijk ook naar de scores van de OCAI cultuurmeting.

Literatuur

* Onderzoeken en veranderen van organisatiecultuur
Kim Cameron & Robert Quinn
ISBN 90-5261-291-9 Academic Service

** Handboek Managementvaardigheden
Robert Quinn e.a.
ISBN 90-395-2013-5 Academic Service

mentor stimulatorNa de cultuurmeting vragen mensen zich af: hoe pas ik in de huidige en gewenste cultuur? Wat moet ik anders doen, wat moet ik stimuleren en wat juist minderen, om mee te helpen aan de cultuurverandering? Dit keer aandacht voor managementrollen per cultuurtype.

Vorige keer bespraken we de mogelijkheid om je Persoonlijk Profiel te meten. Maar ook de managementrollen van Robert Quinn (zie het Handboek Managementvaardigheden, ofwel: Becoming a Master Manager) corresponderen met het Concurrerende Waarden Model waarop de vier OCAI-cultuurtypen zijn gebaseerd. Deze keer: de Mentor en de Stimulator bij Familiecultuur.
Lees verder…

Persoonlijk Profiel meten en het OCAI

Persoonlijk profiel

Persoonlijk profiel

Gele creativiteit in een blauwe denkcultuur? Rood resultaatgericht in een groene mensgerichte cultuur? Na het meten van hun organisatiecultuur vragen mensen zich af: hoe pas ik in de huidige en gewenste cultuur? Wat kan ik anders doen, wat ga ik stimuleren en wat juist minderen, om mee te helpen aan de cultuurverandering?


Lees verder…

schaduwkantenTe veel familiecultuur kan verzanden in kletsen in plaats van werken. Te veel marktcultuur neigt naar de ‘intensieve menshouderij’ met burnout als gevolg. Overal waar ‘te’ voor staat, doet mens en organisatie geen goed. Hans Wopereis typeert vijf schaduwkanten of slapende culturen. Riquard van der Vliet, manager bij Ericsson, plaatste ze in het kwadrant van de Concurrerende Waarden na hun OCAI cultuurmeting. Klagen, slijmen, je terugtrekken, doorbikkelen of macht misbruiken in het licht van het OCAI.


Lees verder…

Riquard van der Vliet

Riquard van der Vliet

Riquard van der Vliet is manager bij de Nederlandse R&D-afdeling van Ericsson. Ericsson streeft naar een “high performance culture”. Daarmee bedoelt men niet “keiharde targets en de zweep erover”, maar een juiste mix van elementen die de prestaties van de organisatie optimaliseert. Een gesprek over de meting van organisatiecultuur met het OCAI.

Riquard vertelt: “Bij R&D werken 150 mensen. We waren al een tijdje op zoek naar een manier om die HP-cultuur vorm te geven. We hebben er eerst over gepraat zonder model. Maar dan gaat het gesprek alle kanten op. Ik was dus blij met het Competing Values Framework; die concurrerende waarden spraken mij aan en het boek van Cameron & Quinn is lekker praktisch en pragmatisch. Het OCAI-model gaf ons een taal en een kader om met cultuur te werken. De uitslag geeft ook veel herkenning.”
Lees verder…

Ook Amerikanen willen meer Flexibiliteit en Vrijheid

De Engelstalige website is bijna een half jaar online en inmiddels hebben wereldwijd al vele mensen de OCAI Cultuurmeting gedaan. Een groot deel daarvan zijn Amerikanen.
Het interessante is dat ook in de internationale resultaten duidelijk te zien is dat mensen meer vrijheid, flexibiliteit, innovatie, ondernemerschap en persoonlijke aandacht en waardering willen. De opvallende trend in de Nederlandse database, die we in december 2009 met prof Mathieu Weggeman bespraken, geldt ook hier.

Nederland stemt voor meer Familiecultuur en Adhocratiecultuur, maar dat doen de Amerikanen dus ook. Misschien nog wel meer verklaarbaar, als we denken aan onze -mogelijk bevooroordeelde- beeldvorming van bevelende bazen, nietsontziende competitie, echte topdown hiërarchie en werken in “cubicles”. Het is wat dat betreft veelzeggend en interessant dat er geen goed Engels equivalent voor ons woord “draagvlak” is. Draagvlak is immers niet nodig als de baas het voor het zeggen heeft en de meesten dat gewoon accepteren, want dat is nou eenmaal zo…

Interessant genoeg om te kijken wat er nodig is voor de toekomst. Wordt het inderdaad tijd voor het ‘nieuwe werken’ – ook in corporate Amerika? Moeten managers hun controlerende, industriële managementstijl verder loslaten en als dienende leiders faciliteren, motiveren, inspireren? Wordt het tijd voor kleinere, wendbare 2.0 bedrijfjes? En – hoe doe je dat dan? Hoe transformeer je “oud controledenken” tot “nieuw loslaten en vertrouwen”?

Discussieer mee met andere OCAI-gebruikers in de nieuwe Linkedin groep “Organizational Culture Assessment to Change” (Engelstalig). Schrijf je in en wissel tips, ervaringen en vragen en cases uit met anderen en met ons van OCAI Online!

Overigens, als het Engels je niet tegenhoudt, bekijk onze videos op het Organizational Culture kanaal (engelstalig) of beluister onze Podcasts over Organisatiecultuur en Verandering (engelstalig).

Leidinggeven en het OCAI

De OCAI cultuurprofielen van de overheid zijn ook afzonderlijk berekend voor leidinggevenden (LG) en niet-leidinggevenden (NLG). LG en NLG ervaren organisatiecultuur meestal iets anders door hun verschillende posities. Vooral LG kunnen daaruit lessen trekken. Hoe kunnen ze hun leiderschapsstijl aanpassen om de gewenste cultuur te stimuleren en waar zit bijvoorbeeld weerstand? Welke argumenten overtuigen? Een verkenning met de overheid als casus.
Lees verder…

OCAI available online in English

The Organizational Culture Assessment Instrument developed by Cameron & Quinn is now available online in English!

This assessment is free for individuals. Participants receive a link to their own results as well as average results of their economic activity and their country. Results include profiles for the current and preferred situation.
The link to the online results remains valid and as more people participate averages will change. That’s interesting for benchmark as well as research purposes.

Take advantage of this free, assessment at www.ocai-online.com.

Assess organizational culture quickly, easily and reliably!

Eindelijk is het dan zover: de Engelstalige website www.ocai-online.com staat op internet!

Dit betekent dat de OCAI cultuurmeting ook in het Engels gratis kan worden ingevuld en wereldwijd beschikbaar is. Dat is met name handig voor invullers in Noord-Amerika, Engeland en Australië maar ook voor alle andere Engelstalige invullers waar dan ook. De multinationals met meerdere nationaliteiten kunnen dus nu voor de Engelse versie kiezen!

De internationale website heeft dezelfde functionaliteit als de Nederlandse: een gratis meting voor individuele invullers, een geautomatiseerde cultuurmeting voor teams, organisaties en consultants, een pakket met een workshop-schema en PowerPoint erbij, een email update, blog-artikelen enzovoorts.
De OCAI Enterprise heeft zelfs meer mogelijkheden gekregen.

Mail de link dus gerust door naar Engelstalige relaties! Omdat de meting net online staat zijn er nog weinig invullers: er zijn deelnemers nodig om te kunnen vergelijken met een gemiddelde.