‘De OCAI-scan is leuk om te doen; het geeft inzicht en zet aan tot denken.’ Ytje Jensma is manager bedrijfsvoering bij het Centrum voor Revalidatie UMCG. ‘Er kwam uit dat we een enorme familiecultuur hebben – meer dan ik dacht. Als gewenst verwachtte ik meer een marktcultuur, maar dat was niet zo.’ In gesprek over organisatiecultuur.

Meerdere collega’s van het revalidatiecentrum deden de OCAI-cultuurtest op internet. ‘Dat was een spontane actie, twee mensen zijn ermee begonnen en toen hebben we de anderen hierop geattendeerd.’ Er is (nog) geen gezamenlijke nabespreking van de resultaten geweest, maar informeel wel: ‘Die familiecultuur herkennen we. We werken al een tijd met zelfsturende teams die over hun eigen activiteiten nadenken en deze inplannen binnen de kaders, dus we proberen mensen te betrekken bij het werk.’ Dat past bij uitstek in een familiecultuur. ‘Die familiecultuur past ook bij mij’, aldus Jensma. ‘Ik weet dat het werken in een goed team vleugels geeft; je kunt dan bij wijze van spreken met zijn drieën werken voor vijf mensen. Vanwege mijn functie houd ik me voor onze 650 medewerkers onder andere bezig met zorglogistiek, kortingen die de minister oplegt, diagnosebehandelcombinaties enz. Ik had daarom verwacht dat mijn gewenste cultuur ‘markt’ zou zijn: zakelijk, rationeel, resultaatgericht. Je denkt dat iets zo zal zijn – maar dan blijkt uit je antwoorden dat het toch iets anders is. Daarmee geeft de test behalve herkenning ook nieuwe inzichten. Familiecultuur met een beetje adhocratie: vernieuwing en zelfstandig werken voor onze professionals, dat werkt goed voor ons revalidatiecentrum.’

Minder salaris maar meer respect

Ytje Jensma vertelt een anekdote die mooi weergeeft hoe belangrijk organisatiecultuur is voor personeel en patiënten: ‘Vorig jaar heb ik een studiereis gemaakt naar Zuid-Afrika. Wat een verschil met de Nederlandse situatie; heel confronterend. Enorme armoede, onveiligheid en een groot tekort aan verpleegkundigen. Er waren een staatsziekenhuis en een privé-kliniek. Je zou verwachten dat de privé-kliniek geen personeelstekort had, want ze betaalden meer, het zag er mooi uit, de patiënten werden in de watten gelegd. Maar dat was niet zo. Er heerste namelijk geen goede sfeer. De dokters gedroegen zich als godheden en de verpleegkundigen werden ook gecommandeerd door de patiënten vanuit het idee: ‘ik heb ervoor betaald en wil bediend worden’. Bij het staatsziekenhuis werkten de artsen en verpleegkundigen samen als één team, vanuit hetzelfde idealisme, tegen minder salaris, maar wel prettig.’ Familiecultuur betekent mensgericht samenwerken: daardoor kunnen hoge werkdruk en weinig salaris bijvoorbeeld minder negatief ervaren worden dan bij een hiërarchische of marktgerichte cultuur. Medewerkers in een familiecultuur ervaren namelijk respect, ze worden serieus genomen en hebben het gevoel een zinvolle bijdrage te leveren.