Bonussen zijn één van de oorzaken van de kredietcrisis, want bonussen zetten aan tot risico’s. De wereldleiders spraken erover op de G20-top en president Obama wil vette bestuurdersbonussen niet langer toestaan. De Nederlandse Bank ontdekte dat de best betaalde bankiers hun bonus over 2008 gewoon hebben ontvangen, ook al leden hun banken verlies. Topmannen die meer dan 1,5 miljoen euro per jaar verdienen, kregen vorig jaar een bonus van gemiddeld 311 procent van hun salaris.
Kapitalisme en materialisme verleiden de mens tot overlevingsinstincten; zorgen dat je niets tekort komt: de graaicultuur. En natuurlijk: scoren. Want een ‘man in bonus’ is aantrekkelijk voor de vrouwen. Die is binnen.
Graaicultuur en bonussen lijken synoniem met de marktcultuur in het OCAI-model. De gemeten weerstand van de zorgsector tegen ‘marktwerking’ bijvoorbeeld, is ook gedeeltelijk hierop terug te voeren. Marktcultuur klinkt onsympathiek, het riekt naar schaamteloos zakkenvullen en geld boven mensen stellen.
Maar marktcultuur in het OCAI-model is een neutrale beschrijving van een type organisatiecultuur. Het wetenschappelijke model velt geen oordeel in termen van goed of slecht; het beschrijft en meet zo objectief mogelijk. Dit model dicteert geen ‘beste’ cultuur. Sommige gebruikers vinden dit lastig. Ze willen graag de zekerheid van één antwoord. ‘Dit is het beste: we moeten streven naar meer marktcultuur.’
Maar de invulling van wat voor onze organisatie de beste vorm van marktcultuur is, maken we zelf als we met de cultuurprofielen aan de slag gaan. Het meten van organisatiecultuur stimuleert om zelf een oordeel te vellen, je bewust te worden van je waarden, en de invulling te kiezen die past bij de eigen organisatie, de markt en de medewerkers. Door als organisatie gezamenlijk die dialoog aan te gaan, creëer je betrokkenheid en inzet. Dan krijg je het maatwerk waardoor het OCAI zijn grote toegevoegde waarde levert.
Meetbaarheid & maakbaarheid
In de OCAI-marktcultuur zijn prestaties belangrijk. Men hecht waarde aan meetbaarheid en maakbaarheid en aan een externe focus op markten, doelgroepen en klanten. Bonussen kunnen erbij horen, maar dat hoeft niet. Een teveel aan marktcultuur kan leiden tot graaicultuur, maar dat hoeft niet. Bonussen en graaiers zijn eerder voorbeelden van doorgeslagen marktcultuur waarbij de sterke punten uiteindelijk tot zwakke punten verworden. Matigheid en evenwicht is het devies; de oude filosofen adviseerden het 2000 jaar geleden al.
Marktcultuur kan net zo goed synoniem zijn voor klantgerichtheid en echte dienstverlening, gebaseerd op marktonderzoek en klanttevredenheidsmetingen. Marktcultuur betekent ook een resultaatgerichte organisatie die doelen haalt en financieel gezond blijft. De bijbehorende competitie kun je in allerlei gradaties aantreffen; van speels tot grimmig. Wat effectief is, is afhankelijk van de context waarin de organisatie werkt. Wat je nastreeft, hangt af van de waarden die je aanhangt.
Het Organizational Culture Assessment Instrument meet hoe de bedrijfscultuur en waarden op dit moment ervaren worden en hoe medewerkers en management die cultuur in de toekomst graag willen zien. Daarna pas komt de dialoog over waarden en normen.

