schaduwkantenTe veel familiecultuur kan verzanden in kletsen in plaats van werken. Te veel marktcultuur neigt naar de ‘intensieve menshouderij’ met burnout als gevolg. Overal waar ‘te’ voor staat, doet mens en organisatie geen goed. Hans Wopereis typeert vijf schaduwkanten of slapende culturen. Riquard van der Vliet, manager bij Ericsson, plaatste ze in het kwadrant van de Concurrerende Waarden na hun OCAI cultuurmeting. Klagen, slijmen, je terugtrekken, doorbikkelen of macht misbruiken in het licht van het OCAI.

De vier basis cultuurtypen die het Concurrerende Waarden Model onderscheidt, zijn op zich ‘waardevrij’. Er is geen ‘beste’ cultuur. Alleen passen sommige cultuurtypes beter bij een gegeven organisatie, medewerker of markt, dan andere. Die neutraliteit van de vier cultuurtypen is belangrijk om de meting van organisatiecultuur te kunnen doen en na te bespreken. De nadelen van de cultuurtypen komen alleen tot uiting in het exces of teveel van een cultuur, zoals Cameron uitlegde in een interview met OCAI Online. Te veel familiecultuur (in neutrale termen: intern gericht, flexibel en mensgericht) kan doorslaan in bijvoorbeeld: roddelen, eindeloos privé kletsen, chaos, voordelen geven aan wie je kent of aardig vindt enz. Overal waar ‘te’ voor staat, doet mens en organisatie geen goed.

Niemand is altijd leuk en open

Ondanks de neutrale cultuurtypen, hebben we in de praktijk van alledag allemaal waardeoordelen. En ook is het een feit dat sommige gedragingen bijna collectief worden afgekeurd. Kijk je in een willekeurige discussiegroep over “ongewenst gedrag op kantoor”, dan lees je dat bijna niemand houdt van roddelen, klagen, bullebakken, stiekem doen, liegen, informatie verbergen, geheimen, enz. Ook al doet iedereen het misschien wel eens, het gaat om het ‘teveel’ van dit gedrag, het gaat om excessen.

Als iedereen in een organisatie dit gedrag laat zien, zelfs al is het maar een beetje, ontstaat er al snel een exces: vele kleintjes maken een groot geheel. Omdat mensen elkaars gedrag kopiëren en conditioneren, kunnen dit soort gedragingen een collectieve slechte gewoonte worden.

Eigenlijk zit je dan in ‘donkere kant of schaduwkant’ van cultuurtypen. Niemand is alleen maar open, slim, leuk en aardig. Dat is wel de kant van onszelf die gewaardeerd wordt, dus die we zoveel mogelijk laten zien. Maar de schaduwkant is net zo goed een realiteit, zoals Carl Gustav Jung de psychologie liet zien. Dat geldt ook voor collectief gedrag in organisaties.

Klaagmuur

Hans Wopereis zet in zijn boek “Het licht en de korenmaat” een aantal bedrijfsculturen neer die herkenbaar zijn uit de dagelijkse praktijk, omdat ze gebaseerd zijn op dit soort ‘schaduw’-gedrag. Wopereis spreekt van ‘slapende organisaties’ omdat ze zich onvoldoende bewust zijn van wat ze doen en wat er gebeurt. Organisaties vallen volgens Wopereis in slaap doordat ze de aansluiting met de buitenwereld; markt en maatschappij, beginnen te missen. Feitelijk raken ze dan te veel naar binnen gekeerd. De klaagcultuur is bijvoorbeeld een bekende schaduw-cultuur, maar waar positioneer je die in het OCAI Concurrerende Waarden Kwadrant? Riquard van der Vliet, manager bij Ericsson, dook erin toen hij de OCAI-workshop voor Ericsson voorbereidde.

Woppereis’ cultuurtypen zijn:

  1. De teruggetrokken cultuur: werkt in een eigen wereld, met eigen doelen en idealen in een cocon en beschermt zich tegen de buitenwereld. “Wij geloven in onze eigen werkwijze waarin we ons maximaal ontplooiien…”
  2. De ontevredenheidscultuur of klaagcultuur: richt zich op tekorten en schaarste aan mensen, aandacht, middelen, tijd en energie. “Ja, maar dat kan toch niet want…” “Dit lukt niet want -klaag”
  3. De opofferingscultuur is gericht op behagen van anderen of de machthebber/CEO en is opofferingsgezind, in ruil voor aandacht en waardering. “Doe ik het zo goed? Waardeer je me?”
  4. De prestatiecultuur overwaardeert presteren, productie en concurrentie. De mens is hier gereduceerd tot zijn resultaten. “Wie zijn targets haalt, is een bink.”
  5. De machtscultuur: pas op voor de machtshebbers, wie de macht heeft is veilig, de anderen moeten op hun rugdekking letten…

Vijf schaduwkanten en de Concurrerende Waarden

In de concurrerende waarden matrix kun je deze cultuurtypen als volgt neerzetten:

5 schaduwkanten en de concurrerende waarden

5 schaduwkanten en de concurrerende waarden

Organisaties en teams die doorslaan in familiecultuur, moeten letten op signalen van de opofferingscultuur waarin mensen elkaar behagen en ook nuttige verschillen van inzicht onder het tapijt vegen. Een exces aan hiërarchiecultuur kan zomaar omslaan in een machtscultuur waarin openheid gevaarlijk is en het goed staat om de baas te vriend te houden en te doen alsof je alle procedures volgt – ongeacht wat eruit komt. Marktcultuur kan verkeren in bikkelen tot burnout erop volgt, te veel adhocratiecultuur en familiecultuur leidt tot teams waarin iedereen zijn eigen zin doet (een teruggetrokken cultuur). De klaag- of ontevredenheidscultuur kan in alle OCAI-kwadranten voorkomen maar zien wij als consultants vooral bij de familie- en hiërarchiecultuur. Hierbij klagen collega’s onderling en houden ze een negatieve, intern gerichte sfeer in stand over wat er allemaal mis is. Juist door hun externe focus houden de adhocratie- en marktculturen eerder op met klagen. Ze doen er wat aan omdat de buitenwereld hun aandacht vraagt.

Uit de schaduw naar het licht

Hoe doorbreek je zo’n schaduwkant? Cameron en Quinn zeggen dat je je moet richten op de gewenste cultuur om te veranderen: bedenk interventies die de nieuwe cultuur stimuleren, train de managementstijl die de nieuwe cultuur bevordert, enzovoorts. Ook Woppereis kiest de positieve benadering: niet het negatieve benadrukken, maar de nadruk leggen op persoonlijke kwaliteiten.

Uit de schaduw naar het licht

Uit de schaduw naar het licht

Natuurlijk kun je bijvoorbeeld in een machtscultuur waar leidinggevenden ‘bullebakken’ en collega’s onderling dingen achter elkaars rug om regelen, niet zomaar ‘wederzijds vertrouwen’ implanteren. Het negeren van de machtscultuur en dan alleen maar focussen op een positieve, open familiecultuur, is ook geen oplossing. Belangrijk is om in de OCAI-workshop ook zo’n exces van hiërarchiecultuur en de gevolgen van die machtscultuur bespreekbaar te maken. De nabespreking, het is al eerder gezegd, is van cruciaal belang om de betekenis van de huidige cultuur in te zien. Pas dan kan er gezamenlijk aan verandering gewerkt worden. Het HOE is dus altijd een kwestie van maatwerk, met een goede externe consultant (een buitenstaander die geen partij is) en interventies en oefeningen en structuren die bijdragen aan het bereiken van de gewenste situatie.